De olifant in de kamer: de administratieve rompslomp

Opinie van 23/02/2018 door Fa Quix

In het debat over de concurrentiepositie van onze bedrijven komen steevast de loonkosten, de energiekosten en de vennootschapsbelasting naar voren. Natuurlijk zijn dat belangrijke parameters, laat daar geen twijfel over bestaan. Daarentegen wordt zelden gesproken over de administratieve overlast. Nochtans is dat een ergernis van eerste orde voor heel veel bedrijfsleiders, en wordt daar nog altijd te weinig tegen gedaan.

Bij elke rondvraag van Fedustria bij haar lidbedrijven over de prioriteiten om de concurrentiekracht te verbeteren, komt die administratieve overlast steeds voor in de top-3, vaak meteen na de loonkosten. Voor sommigen is dat zelfs de grootste rem op ondernemen. Allerlei administratieve verplichtingen op fiscaal vlak, maar ook op vlak van sociale reglementering, en inzake leefmilieu en vergunningen hinderen het ondernemen. Het gaat hem dan niet, of toch zelden, over de doelstelling van de reglementering op zich, maar wel om de complexe uitvoering ervan, die veel administratie en onnodige formaliteiten met zich meebrengt.

Het recente tweejaarlijks rapport van het Planbureau legt weer eens de vinger op de wonde. 

Het rapport stelt vast dat administratieve lasten de ondernemingen in 2016 liefst zowat 6 miljard euro kostten, of 1,40 % van het BBP. 

Ten opzichte van 2014 is er nagenoeg geen verschil. Met andere woorden, de administratieve rompslomp voor de bedrijven neemt niet af, integendeel. En voor alle duidelijkheid: het ligt echt niet aan de ambtenaren. In hetzelfde rapport zijn meer bedrijven tevreden over hun contacten met de administratie, die hun vragen meestal binnen de voorziene termijn en pertinent beantwoordt. Over het algemeen stellen bedrijfsleiders ook dat ze tijdig in kennis gesteld zijn van nieuwe regels, en dat die voldoende tijd laten om zich in orde te stellen. 

Het probleem ligt dus wel degelijk bij de wetgeving zelf. Het rapport beperkt zich tot de tewerkstellings-, de fiscale en de milieuregelgeving. Het gaat enerzijds om de complexiteit om die te begrijpen en toe te passen, en anderzijds om de administratieve lasten die ermee verband houden (cf. de rompslomp van het invullen van formulieren, rapportering, en nog eens een dossier overmaken aan de overheid, enz. zoals de wet het voorziet). 

Bovendien treft de administratieve overlast de kmo’s relatief veel harder. Voor een kleine onderneming (minder dan 10 werknemers) is de kost ervan liefst 6.500 euro per werknemer. Voor een middelgrote onderneming is dat nog altijd 2.000 euro, en voor een grote circa 500 euro. Regeringen die beweren dat de kmo’s belangrijk zijn voor de welvaartscreatie, weten meteen waaraan te beginnen. Waar is de kmo-impactfiche gebleven die elke nieuw voorgestelde maatregel vooraf toetste op haar impact op de kmo’s?

Wij onderschrijven dan ook voor de volle 100 % het standpunt van Philippe Lambrecht, bestuurder-secretaris-generaal van het VBO: “Bedrijfsleiders moeten hun tijd kunnen gebruiken om te ondernemen, niet voor papierwerk. Vaak is de regelgeving moeilijk te begrijpen. Bij het opstellen van wetten moet de wetgever daarom meer eenvoud voor ogen hebben, dat is een win-win voor iedereen”. Het moge duidelijk zijn, in het debat over de concurrentiepositie van onze bedrijven is de administratieve overlast de olifant in de kamer. 

Fa Quix, directeur-generaal