De focus op jobs voorbij?

Opinie van 20/01/2017 door Fa Quix

Op 11 januari 2017 bereikten de sociale partners, werkgevers en vakbonden verenigd in de Groep van 10, een ontwerp van Interprofessioneel Akkoord (IPA). Daarin is een maximale loonnorm van 1,1 % voor 2017-2018 overeengekomen, bovenop de gegarandeerde automatische loonindexering. Voor alle duidelijkheid: de loonmarge ligt hiermee dus tussen nul en maximum 1,1 %.

Voor de Fedustria-sectoren, textiel, hout en meubel, is dit ontwerpakkoord geen evidente zaak omdat we met snel opeenvolgende automatische loonindexeringen zullen geconfronteerd worden, vooral wegens de sneller stijgende inflatie bij ons dan bij de buurlanden. De inflatie is in België immers zowat dubbel zo hoog als het gemiddelde in de eurozone. Voor een groot deel is dit het gevolg van regeringsmaatregelen die worden doorgerekend in de index en vervolgens aan de bedrijven via de automatische loonindexering. Het ergste is dat dit mechanisme zichzelf ook nog voedt, want er komen dan zogenaamde ‘tweederonde-effecten’ van kostenverhogingen uit voort die dan ook weer worden doorgerekend in de prijzen en dus in de inflatie. Voor we het weten, zitten we weer in een vicieuze loonprijsspiraal die de industriële activiteit aantast, en dus ook jobs kost. 

Het gevolg is dat het geheel van loonnorm plus automatische loonindexeringen te duur is voor ons. Bovendien veroorzaken nieuwe regeringsmaatregelen ook nog loonkostenstijgingen en kampen wij nog altijd met een historische loonkostenhandicap van ca. 10 %, die slechts met mondjesmaat afgebouwd wordt. Dat is de harde realiteit voor de ondernemingen. 

En die handicap is dan nog slechts gemeten tegenover de drie buurlanden, Nederland, Duitsland en Frankrijk. Maar wat met onze concurrentie daarbuiten? In het Verenigd Koninkrijk zijn de uurloonkosten zowat de helft goedkoper dan hier, evenzo in Spanje, en 65 % goedkoper in Portugal. Ja, die cijfers zijn wat ze zijn. Om nog te zwijgen van de lonen in bv. Turkije en Centraal- en Oost-Europese landen zoals Polen, Tsjechië, Slovakije, Roemenië, Bulgarije… waar de uurloonkost amper een vijfde tot zelfs maar een tiende van de onze is. Daar moeten we ons (ook) mee vergelijken! Want in onze sectoren moeten we ook tegen deze landen concurreren.

De loonmatiging die bewezen heeft haar vruchten (jobs) af te werpen, laten varen, is een vergissing. Het handhaven van het automatische indexeringsmechanisme, zeker bij een versnellende inflatie is dat nog des te meer! 

Bovendien gaat dit in tegen het regeringsbeleid van ‘Jobs! Jobs! Jobs!’. De inspanningen van de regering om via de taxshift hogere nettolonen en lagere loonkosten – de enige juiste weg – jobs te creëren, worden nu deels tenietgedaan. En dat is bijzonder jammer, want er moeten méér mensen aan het werk! Dat zorgt pas voor koopkracht en is pas echt sociaal!

De vakbonden zijn tevreden. Maar zij vergissen zich. Een duur loonakkoord zal in deze tijd van toenemende inflatie en automatische loonindexering als een boomerang terugkeren. It looks like an accident waiting to happen.

Fa Quix, directeur-generaal