De Europese Green Deal: ambitie is goed… maar meer realisme is nodig

Opinie van 21/02/2020 door Fa Quix

De nieuwe Europese Commissie onder leiding van voorzitter Ursula Von der Leyen en haar ‘klimaatpaus’ vicevoorzitter Frans Timmermans heeft eind vorig jaar een vliegende start genomen. Deze Commissie pleit voor een ambitieus klimaatbeleid onder de naam European Green Deal. Dit moet de EU tegen 2050 klimaatneutraal maken. Inmiddels werden ook al enkele bedragen genoemd om dit doel te realiseren, waaronder een investeringsplan van 1.000 miljard euro. Geen peulschil.

De Europese Commissie verschuift daardoor de focus van puur economische groei naar duurzame ontwikkeling. De genoemde financiële middelen zijn niet allemaal nieuwe middelen: er zal een herbestemming binnen het EU-budget plaatsvinden, en de Commissie rekent ook op cofinanciering door de lidstaten en door de privésector, voor zowat de helft van dat bedrag. De Europese Investeringsbank EIB moet daar als kredietverstrekker de hefboom toe verlenen.

Deze hoge klimaatambitie zal inspanningen vergen, en van de ene al wat meer dan van de andere. Landen als Polen en Hongarije doen hun economie nog voornamelijk draaien op steenkool, en dat is de meest CO2-uitstotende energiebron waar de EU-Commissie echt vanaf wil. Daarom heeft zij nu al een transitiefonds, Just Transition Fund (JTF) opgericht. Beide landen zouden er een behoorlijk stuk van krijgen. Wallonië (Henegouwen) ook. Maar Vlaanderen krijgt peanuts. Dat deed de bevoegde Vlaamse minister Zuhal Demir de deal al omschrijven als een mean deal.

Maar de Commissie wil van geen vrijblijvende deal weten. Tegen maart 2020 wil zij een dwingende Europese klimaatwet erdoor drukken. Tevens wil ze de tussendoelstellingen van CO2-reductie voor 2030 nog verder aanscherpen tot 50 % à 55 %. Met min 40 % zijn deze al scherp. En 2030 is bij wijze van spreken morgen. Liever wat minder cijferfetisjisme en wat meer realisme. Voor sommige landen zoals België, met een energie-intensieve industrie en met veel volk op een kleine oppervlakte, is het potentieel voor hernieuwbare energie kleiner dan voor pakweg Zweden dat de helft van zijn stroom uit waterkracht haalt. Buiten de watervallen van Coo hebben wij hier niet zoveel mogelijkheden, wel windenergie.

Bovendien schermt de Commissie met fiscale maatregelen. Nu al is er het ETS (emissiehandelssysteem) voor de energiesector en de energie-intensieve indus-trie. Die moeten emissierechten inleveren (en dus aankopen) à rato van hun CO2-uitstoot. Na de recente hervorming van het ETS-systeem is de prijs ervan zowat vervijfvoudigd. De staalsector klaagt dat daardoor zowat de hele winst weg is. Ook voor onze verwerkende industrie dreigt de factuur hoger uit te vallen. En wat dan met de concurrentiepositie van onze Belgische/Europese industrie tegenover pakweg Azië? ‘Geen nood’ zegt de Commissie. We onderzoeken de invoering van een ‘carbon border adjustment tax’. Dus voor producten van buiten de EU die hier binnenkomen zal aan de EU-buitengrens een koolstofheffing worden geheven om het kostprijsnadeel van onze bedrijven door het klimaatbeleid uit te vlakken. Gelooft u dat?

Ambitie is goed, maar enig realisme vanwege de Commissie is dus dringend nodig. Niet vergeten dat Europa amper 9 % van de wereldwijde CO2-uitstoot voorstelt. 

Het kan toch niet de bedoeling zijn dat Europa met een te streng klimaatbeleid haar bedrijven uit de markt prijst terwijl China, India e.a. verder méér blijven uitstoten.

En moet het nog gezegd: één van de belangrijkste klimaatmaatregelen is het aanmoedigen van meer houtgebruik; hout afkomstig uit duurzaam beheerde bossen wel te verstaan. Meer hout in de bouw is dé oplossing in de strijd tegen de klimaatverandering: houten gebouwen fungeren als enorme koolstoftanks. Via onze campagne “Hout geeft zuurstof” wijzen wij al jaren op de enorme klimaatvoordelen die het gebruik van hout en houten producten met zich meebrengen. 

Fa Quix, directeur-generaal