De Belgische economie kampt met een lage productiviteitsgroei. En waarom innovatie een deel van de oplossing is.

Opinie van 26/04/2019 door Fa Quix

De Nationale Bank van België trok onlangs aan de alarmbel: de arbeidsproductiviteit daalt voor het eerst in zes jaar. Daardoor dreigt België één van zijn belangrijkste troeven in de welvaartscreatie te verliezen, aldus Pierre Wunsch, de gouverneur van de Nationale Bank.

Maar zoals met alle economische grootheden, moet men ook hier opletten met de interpretatie van de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit. Als we spreken voor de hele economie, dan is dat voor minstens driekwart een diensteneconomie, privé en overheid samen. De industrie staat voor niet eens 20 % van de economie, maar wél voor het levensbelangrijke deel ervan. De industrie creëert immers de noodzakelijke extra toegevoegde waarde voor onze economie, dankzij de export. Nog steeds bestaat de totale export voor zowat 80 % uit goederen, dus afkomstig van de industrie. 

De productiviteitsverschillen tussen de industriële bedrijven en de dienstenbedrijven zijn vaak gigantisch groot. Diensten, de kleinhandel of de zorg bijvoorbeeld, blijven vaak een één-op-één-dienst, met weinig mogelijkheden tot productiviteitsstijgingen.

De productiebedrijven hebben daarentegen sinds begin jaren ‘90 kwantumsprongen in productiviteitsstijging doorgevoerd, dankzij de integratie van de informatisering en recentelijk de digitalisering. Zodanig zelfs dat in bepaalde productieprocessen de fysieke limieten van een hogere productiviteit in zicht komen. Omdat bv. de weefgetouwen geen hogere snelheid meer aankunnen zonder verhoogd risico op stilstanden, of CNC-machines die nu al tot op hun maximum worden ingezet in de meubelvervaardiging.

Natuurlijk, er kan altijd wel nog een stap verder worden gegaan in de automatisering, met bv. de ‘Fabrieken van de Toekomst’ en de Industrie 4.0, maar veel ‘arbeid’ zal er niet meer door bespaard kunnen worden. Er stelt zich ten andere eerder het omgekeerde probleem: bedrijven zoeken nieuwe arbeidskrachten en vinden die vaak niet op de arbeidsmarkt. Met een historisch laag werkloosheidscijfer in Vlaanderen van amper 3,5 % is dat niet verwonderlijk.

Als de stijging van de (arbeids)productiviteit maar een beperkte bijdrage meer kan leveren tot de groei van de toegevoegde waarde, wat kan dat dan wel doen? Innovatie.

Het komt er dan op neer om via productontwikkeling producten met nóg meer toegevoegde waarde te creëren. Innovatie is dus een deel van de oplossing om onze toekomstige groei van de economische toegevoegde waarde te bestendigen, en dus van onze welvaart.

En wat zegt de Nationale Bank over innovatie? De toename van de innovatie-inspanningen is geconcentreerd bij een kleine groep grote bedrijven, o.a. in de chemische industrie, de farma en de ICT. Maar onze bedrijven in de maakindustrie doen ook enorm veel inspanningen. Omwille van de kmo-dimensie gebeurt dit vaak in samenwerking met de sectorale technologiecentra Centexbel en Wood.be. En laat het nu net de Vlaamse overheid zijn die deze innovatie-inspanningen (via kennisdiffusie) stiefmoederlijk heeft behandeld. De volgende Vlaamse regering weet wat ze te doen staat om de spreiding van de technologische innovatie(s) over een brede groep van kmo’s in de maakindustrie te realiseren!

Fa Quix, directeur-generaal