Concurrentiepositie: we zijn er nog niet

Opinie van 27/03/2015 door Fa Quix

De indexsprong is zo goed als een feit, en zal zeker bijdragen tot een verbetering van onze concurrentiepositie. Temeer daar in buurland Duitsland de lonen dit jaar hun inhaalbeweging zullen verder zetten, na een decennium van grote loonmatiging; loonmatiging die de Duitse industrie en werkgelegenheid weliswaar geen windeieren hebben gelegd. Tijd om de teugels wat te vieren? Absoluut niet, want we zijn er nog niet!

Puur inzake loonkosten is ons land nog steeds zowat 15 % duurder dan het gemiddelde van de drie buurlanden. En de opmerking dat we toch productiever zijn? Ja, dat klopt, maar zelfs gecorrigeerd door onze hogere productiviteit gaat het nog steeds om een loonkostenhandicap van circa 10 %. De geplande uitvoering van het concurrentiepact in 2016 (via bijkomende lastenverlagingen, aanpassing concurrentiewet 1996) zal dus zeker nog een noodzakelijke bijkomende stap zijn voor de verbetering van onze concurrentiepositie, maar zal niet volstaan.

Daarom wordt veel verwacht van de zogenaamde “tax shift”, die een substantiële verlaging van de loonkosten voor gevolg moet hebben, met een verschuiving van de lasten van arbeid naar verbruik, vervuiling en vermogen(swinsten). En als we spreken van tax shift, dan gaat het niet om een tax lift. Dat laatste zou bv. het geval zijn mocht het debat van de tax shift gevoerd worden in het kader van de nakende begrotingscontrole. Dan zou de verleiding immers te groot zijn om een deel van de besparingsinspanning op de begroting te realiseren met hogere lasten op de drie genoemde posten, zonder het voordeel volledig naar de lagere loonlasten te laten vloeien. In een land met een record-overheidsbeslag van 54 % op de economie is er geen ruimte voor een dergelijke tax lift.

Bovendien is het niet correct om de discussie omtrent loonkostenhandicap te beperken tot de drie buurlanden Duitsland, Frankrijk en Nederland. We leven immers in een geglobaliseerde wereld, en de concurrentie komt niet alleen van onze buurlanden, maar van overal. En zelfs binnen Europa is de concurrentie enorm. Bussenbouwer Van Hool uit Koningshooikt heeft een deel van de productie van autobussen moeten verplaatsen naar Macedonië (wat toch niet het einde van de wereld is) waar de loonkosten 90 % lager liggen dan in ons land. Topman Filip Van Hool meldde dat het die optie was of anders belangrijke contracten verliezen. En dan zou ook de Belgische site in gevaar kunnen komen.

Een bewijs dus dat een belangrijke tax shift nodig is. Die moet minstens 5 miljard euro bedragen om een echte impact op de concurrentiepositie te hebben. Die tax shift zal er niet alleen voor zorgen dat bestaande jobs behouden kunnen blijven, maar ook dat er nieuwe jobs kunnen worden bijgecreëerd. En dat laatste zal vooral goed nieuws zijn voor de vele werkzoekende jongeren, ook voor de grote groep van lagergeschoolden (want de hooggeschoolden met een goed diploma komen altijd wel aan de bak). En zo zal een substantiële tax shift ook een zeer sociale maatregel zijn.

Fa Quix, directeur-generaal, en Filip De Jaeger, adjunct-directeur-generaal