Alleen als sterk economisch blok kan de EU een vuist maken tegen het protectionisme van Oost en West

Opinie van 28/06/2019 door Fa Quix

Onzekerheid is één van de belangrijkste redenen voor de afkoeling van de groei van de wereldeconomie. Geopolitieke factoren liggen er aan de basis van. Te beginnen in het Westen, met Amerikaans president Trump die met handelsconflicten investeerders de daver op het lijf jaagt. Eerst nam hij China (nu nog altijd) in zijn vizier, dan Europa, en plots Mexico.

In het Oosten steekt de Chinese president Xi zijn ambities om de technologische leider van de 21ste eeuw te worden niet onder stoelen of banken. En met zijn ‘belt and road’-initiatief rolt hij De Nieuwe Zijderoute uit over heel het Euraziatisch continent. Waarom? Om nog sneller de goedkope Chinese producten in Europa te krijgen. ‘Win-win’? In het Chinees heet dat blijkbaar ‘we win’, met de bedoeling dat alleen China en de Chinezen erbij winnen.

Begrijpelijk dat de Amerikaanse president het Rijk van het Midden niet zomaar de wereldhegemonie van de technologie en bijgevolg van de wereldhandel laat overnemen. Temeer daar China niet de normale regels van de vrijhandel respecteert. Het land blijft zich bezondigen aan prijsdumping, ongeoorloofde en niet-transparante staatssteun aan (staats)bedrijven, kopie en namaak, verplichte technologieoverdracht bij joint ventures in China etc.

Gelijk heeft hij, de Amerikaanse president, wanneer hij van de Chinezen een ‘level playing field’ verwacht. Maar daarom moet hij Europa nog niet viseren, dat wél de regels van de Wereldhandelsorganisatie en het faire economische concurrentiespel respecteert. De heffingen op Europees staal en aluminium, zogezegd om ‘veiligheidsredenen’, hebben bijgevolg geen grond.

Als klein land kan België alleen geen vuist maken tegen deze twee grootmachten (noot: de Britten zullen na de Brexit wel ervaren hoe ‘machtig’ ze alleen nog zullen zijn…). Daarom is er de Europese Unie. En werd het handelsbeleid namens de lidstaten volledig naar het Europese niveau doorgeschoven.

Als machtig economisch blok kan de EU wel als gelijke in het handelsstrijdperk treden met bv. de VS en China.

Maar dan moet de EU ook daadwerkelijk haar tanden laten zien.

En dat gebeurt nog steeds te schoorvoetend. De staalsector stelt bv. vast dat de door de EU ingevoerde vrijwaringsmaatregelen tegen goedkoop importstaal (uit bv. China en andere ontwikkelingslanden) niet afdoende werken en moeten worden bijgestuurd. In de textielsector stellen we vast dat goedkope textielinvoer uit niet-EU-landen in theorie ook REACH-conform moet zijn… maar in de praktijk wordt die invoer daarop aan de grenzen niet of nauwelijks gecontroleerd. Dus moeten onze producenten dure investeringen doen om – terecht – mens en milieu te beschermen, maar onze niet-Europese concurrenten kunnen ons op onze markt komen beconcurreren net omdat wij die extra REACH-kosten hebben en zij niet.

Het uitgangspunt moet ‘a level playing field’ blijven, een gelijk speelveld voor iedereen, zodat de beste kan winnen op basis van zijn intrinsieke kwaliteiten en niet dankzij open of verdoken steun of obstakels vanwege de overheid. Dus graag een EU dat als sterk economisch blok onze industrie meer kansen geeft, zonder in protectionisme te vervallen, wél met het oog op een gelijk speelveld.

Dat gelijk speelveld moet trouwens ook gelden BINNEN de EU. Want nog steeds krijgen producenten in Oost-Europese en Zuid-Europese lidstaten subsidies voor productieve investeringen waarmee ze ons en andere Europese producenten oneerlijk beconcurreren (omdat die laatsten die steun niet krijgen). Vraag het maar aan onze meubelproducenten. Er is dus nog héél véél nodig om tot een échte eenheidsmarkt in de EU te komen.

Fa Quix, directeur-generaal