Bekintex trekt volop de kaart van een innovatieve arbeidsorganisatie

Bedrijfsnieuws van 08/06/2018

Bekintex
Bekintex
Dsc08190
Bekintex

Dit voorjaar organiseerde Flanders Synergy in samenwerking met SBM en de Academie voor de Toekomst een praktijkgerichte opleiding voor productiebedrijven. 15 deelnemers uit 11 organisaties kregen gedurende vijf opleidingsdagen inzichten in de bouwstenen van een innovatieve arbeidsorganisatie (IAO). De sessies werden telkens georganiseerd ten huize van een voorbeeldbedrijf en als dusdanig gekoppeld aan een werkbezoek. Gastorganisaties van dienst waren Daikin, Zonnehoeve Production, TE Connectivity, Van de Velde en Oesterbank. 

Eén van de de deelnemers aan de sessies was Filip Lanckmans, plant manager van Bekintex nv. Bekintex is een dochter van Bekaert (specialist  in staaldraadtransformatie en deklaagtechnologieën) en gevestigd in Wetteren. Het bedrijf produceert metaalvezelgarens en hoogtechnologisch textiel op basis van deze metaalvezels. Toepassingen zitten vooral in elektrisch geleidend en hittebestendig textiel dat zich kenmerkt door hoge duurzaamheid. De automobielindustrie duwt vooral de groei van Bekintex en leidt tot gerichte aanpak in de productie: innovatieve complexe producten met strenge kwaliteitseisen gecombineerd met een hoge graad van flexibiliteit.  

Meer verantwoordelijkheid en autonomie geven aan alle medewerkers om hen gemotiveerd en betrokken aan de slag te houden, is een van de pistes die Bekintex exploreert om haar groeiscenario waar te maken. Bij Bekintex is men al een tiental jaren bezig met onder meer competentiematrices en flexibele uurroosters. Open communicatie, inspraak, een goede samenwerking met de vakbondsafgevaardigden zijn in het bedrijf quasi vanzelfsprekend. Er is met andere woorden al een goede voedingsbodem om verdere IAO-stappen te zetten. En daar wil men bij Bekintex dus verder werk van maken. 

Inge Republieke, HR Officer bij Bekintex: “Eén productieteam is inmiddels al quasi volledig zelfsturend. Het team plant maximaal autonoom de werkzaamheden, neemt zelf beslissingen… Deze organisatievorm legt meer verantwoordelijkheid bij de operatoren. Ze krijgen een ruimer takenpakket met meer denkwerk en administratie (bv. zelf gegevens inbrengen in het ERP-systeem). Jongere medewerkers hebben dit meestal vlug onder de knie, voor onze 50/55-plussers vergt dit meer opleiding en begeleiding. Maar wij merken dat zij deze meer autonome manier van werken appreciëren en er zich goed bij voelen. Ik ben ervan overtuigd dat wij zo nog hechtere werkbetrokken teams zullen creëren.” 

Filip Lanckmans wil de focus eerst leggen op het op punt stellen van de organisatiestructuur, zodat er in de dagelijkse werking formeel nog meer ruimte komt voor autonomie, samenwerking en betrokkenheid: “Dat geldt niet alleen voor de productie, maar ook voor verkoop, R&D, kwaliteit, proces, onderhoud en andere ondersteunende diensten. Dit realiseren is een werk van langere adem en vergt heel wat overleg. Iedereen moet eerst overtuigd raken dat anders organiseren kan en iedereen er op termijn voordeel uit haalt. En uiteraard moeten wij die organisatieswitch ook stelselmatig waarmaken. Een belangrijke (motivatie)factor is heel frequent korte feedback geven over bv. de outputresultaten versus de beoogde doelstellingen… Regelmatige communicatie is dé motor van het veranderingsproces.”

De teamleiders binnen Bekintex spelen een cruciale rol in het hele proces. Inge: “Al onze teamleiders zijn doorgegroeid uit de productie en worden vooral gekozen op basis van ‘people skills’. Dat is belangrijk om hun rol als coach professioneel te kunnen opnemen. Zij moeten hun traditionele gezagsrol meer en meer loslaten, het team laten werken en beslissen, informatie verstrekken, richting geven, ondersteunen… En dat is niet aan iedereen gegeven.” 

Filip: “Dit geldt ook voor mij en de andere kaderleden. Meer taken delegeren, voluit durven rekenen op je medewerkers en hen absoluut vertrouwen schenken, is niet evident. Hierdoor krijg ik wel meer tijd vrij voor strategische taken, wat in een vlug wijzigende economische omgeving heel belangrijk is. Wij blijven dus zeker het IAO-pad verder verkennen en bewandelen!”